‘Meeste transseksuele kinderen blijken homo’

In Nederland stijgt het aantal transgenders. Genderpsycholoog Alwin Man biedt gespecialiseerde hulp vóór, tijdens en na de geslachtsaanpassing. Mans werkwijze wijkt af van die van het VUmc in Amsterdam en het UMC Groningen. Hij doet dit werk nu vier jaar.

Door: Gaiwa Slooten

Hoe komt het dat de wachtlijst van praktijk De Vaart in Assen waar u werkt korter is dan die van het VUmc of UMCG?
“Ten eerste omdat ik nog niet zo lang in Assen aan de slag ben en ik zie over het algemeen mijn cliënten vaker en hierdoor kan de route naar een eventueel medische traject sneller zijn. Ik zit niet vast aan een getal als het gaat om consulten.”

“Ik kijk naar mijn cliënt en schat in hoeveel gesprekken we nodig hebben. Bij de één is dat langer dan de ander. Met de toename van de media-aandacht voor transgenders stijgt ook het aantal hulpverzoeken bij mij. Per jaar help ik ongeveer veertig transgenders.”

“Niet iedereen wenst een operatie. Er is veel mogelijk. Naast hulp tijdens het traject is er vooral veel aandacht voor het onderzoeken van hun ‘transgendergevoelens’. Ook bied ik hulp aan mensen die na afsluiting van het traject toch nog behoefte aan psychologische ondersteuning hebben.”

“Wanneer cliënten bij het VUmc en het UMCG niet geholpen kunnen worden vanwege de wachtlijst of omdat er te veel andere problemen spelen waardoor ze nog niet in aanmerking komen voor een geslachtsaanpassing, worden zij soms doorverwezen naar onze praktijk.”

“Bij mij staat een operatie niet centraal. Uiteindelijk is het doel dat iedereen komt waar hij of zij moet zijn om zich goed te voelen. Soms vereist dat een gehele of gedeeltelijke geslachtsaanpassing en soms een heel andere weg.”

“Daarom verschilt de duur van de eerste diagnostische fase erg per persoon. Bij deze fase hoort ook psychologisch testonderzoek en beide diagnostische fases worden afgesloten met een second opinion-onderzoek.”

Te jong opereren is onomkeerbaar. Hoe neemt u de beslissing of het kan bij kinderen?
“De gemiddelde leeftijd wordt lager. Er is een verschuiving gaande door de media-aandacht.  Vroeger werden kinderen helemaal niet gediagnosticeerd. Ik krijg voornamelijk meer cliënten tussen de twintig en veertig jaar, maar ook op hogere leeftijd is er een belangrijke vraag, tussen de zestig en zeventig jaar.”

“Soms zijn er kinderen tussen de negen en veertien jaar. Van de kinderen die op jonge leeftijd denkt transseksueel te zijn, blijkt uit onderzoekcijfers uiteindelijk maar twintig procent daadwerkelijk transseksueel. Tachtig procent blijkt homoseksueel te zijn. Dit is de reden waarom kinderen nog  niet het medische traject in mogen gaan.”

“Eén van de manieren om er achter te komen: laat het kind volgens het andere geslacht leven. Is dat toch niet de weg, dan wordt het vanzelf duidelijk. Er is in Nederland al een aantal scholen waar er voor transgenderkinderen een protocol is waarin zij door de schoolleiding gesteund worden. Met uitzondering van pubertijdsremmers mogen vóór achttien jaar geen hormoonbehandelingen en operaties uitgevoerd worden.”

Waarin verschilt uw werkwijze vergeleken met de ziekenhuizen wat betreft het psychologische traject?
“Hoewel ik volgens hetzelfde  protocol werk, is mijn insteek vooral de psychologische hulp. Bij de universitaire genderteams gaat het vooral om medische diagnostiek in de psychologische fase van het traject.”

“Bij mij staan vooral de begeleiding en behandeling centraal. Cliënten hebben bij mij ongeveer vier uur consult per maand in de eerste diagnostische fase. Dat is bij de genderteams bij mijn weten minder frequent.”

“Soms willen transgenders hun geslachtsaanpassing per se niet via een universitair genderteam. In dat geval treed ik behalve als psycholoog ook op als coördinator van het traject en werk ik daarbij samen met paramedische specialisten in binnen- en buitenland.”

Waaraan moet een cliënt bij u dan voldoen om het medische traject in te gaan?
“Ik onderzoek de wens tot geslachtsaanpassing met een psychodiagnostisch onderzoek. Daarin wordt gekeken of het echt de oplossing voor het probleem van de cliënt is. Ik moet antwoorden vinden op diverse vragen. De wens moet duurzaam zijn; het mag absoluut geen opwelling zijn.”

“Het moet ook voortkomen uit een authentieke beleving en niet vanuit een maatschappelijke factor, bijvoorbeeld dat mannen meer verdienen dan vrouwen. Hoe het dagelijks leven van de cliënt er uitziet is ook belangrijk. Als hij in grote nood verkeert of veel problemen heeft en daardoor bijvoorbeeld zijn bed nauwelijks nog uit komt dan kan een medisch traject nog niet in overweging worden genomen.”

“Dan worden eerst de problemen aangepakt. Ik nodig ook altijd belangrijke personen uit dit netwerk uit. Het is belangrijk dat het sociale netwerk van de cliënt zo goed mogelijk intact blijft. Tegenwoordig blijven relaties vaker in stand ondanks een geslachtsaanpassing. Maar daar gaat dan vaak intensieve begeleiding aan vooraf.”

“Als wordt besloten het medische traject in te gaan, moet er voldoende psychische stabiliteit zijn. Het traject doet nogal wat met een mens en hormonen hebben impact op de geest. Ik moet de cliënt echt leren kennen. Dat gaat nooit in één gesprek, zelfs al is de cliënt er al helemaal uit.”

Wat vindt u van de transgenderzorg in Nederland?
“Ik sta achter de plannen van het VUmc, om transgenderzorg over verschillende ziekenhuizen te verdelen in Nederland. Als er een goede coördinatie is dan kunnen de disciplines best over verschillende ziekenhuizen gespreid worden.”

“Het is wel belangrijk dat het psychologische traject zoveel mogelijk door dezelfde behandelaar wordt uitgevoerd. In de meeste landen werkt men al jaren zo en zijn er geen genderteams in de zin zoals we die kennen in Nederland. Patiënten kunnen momenteel alleen tussen het VUmc en UMCG kiezen, wat beperkt is.”

“Het is belangrijk dat iemand zelf keuzes kan maken in zijn of haar traject, dan ben je meestal ook gelukkiger met de resultaten. Ook hanteren specialisten verschillende technieken.”

“Er is helaas een tekort aan psychologen gespecialiseerd in genderdysforie, daarom heb ik het erg druk. Momenteel ben ik bezig met het opleiden van psychologen met dit specialisme. Hopelijk worden hierdoor de wachtlijsten ook korter.”