Geld was enige reden patiëntenstop transgenders VUmc

Na ruim vijf maanden is de patiëntenstop op de wachtlijst van de genderkliniek voorbij per 23 mei 2014. Jan Hol, directeur communicatie van VUmc, was nauw betrokken bij het opheffen van de stop. “Deze overeenstemming is een doorbraak”, vertelt hij trots aan Nieuws.nl.

Door Susanne de Bruin

Al veertig jaar houdt VUmc zich bezig met de transitie van transgenders van man naar vrouw of andersom. Zij waren toentertijd het enige ziekenhuis in Nederland dat deze zorg aanbood. In die tijd ging het om enkele tientallen patiënten per jaar maar dat aantal liep al gauw gestaag op.Sinds 2012 ontstond er echter een scherpe stijging, 400 transgenderpatiënten meldden zich dat jaar aan voor hun transitie. In 2013 werden dat er zelfs 600. Ook het eerste kwartaal van dit jaar is bijgehouden hoeveel transgenders zich eigenlijk hadden willen aanmelden ten tijde van de stop, dat waren er 250.
Mysterieuze toename
Hol: “Er is geen wetenschappelijke verklaring voor deze sterke stijging, maar het gebeurt niet alleen in Nederland, ook in België, Engeland en Canada is er steeds meer vraag naar deze zorg.”Toch heeft Hol wel zijn vermoedens. “Een van de mogelijke verklaringen is volgens ons de toenemende aandacht in de media. Je zou kunnen spreken van een zekere ‘coming out’, aldus Hol.

Uit het rapport Transseksuelen in Nederland- Is er sprake van ongelijkheid? van het CBS uit 2011 bleek dat er op dat moment 48.000 Nederlanders waren die potentieel genderdysforie, het gevoel dat je het verkeerde geslacht hebt, zouden ervaren.

Geldkwestie
Op het moment van de stop heeft VUmc ruim 2000 transgenderpatiënten in behandeling. “We hebben die stop om één reden afgekondigd; de zeer snelle groei  van het aantal patiënten van deze categorie werd niet gefinancierd. Het was een puur financiële reden. We hebben nu een overeenstemming gesloten met alle betrokken verzekeraars.”

Het ziekenhuis berekende dat alle stappen in de transitie van transgenders bij elkaar tussen de 30.000 en 35.000 euro kosten. “Dat is de prijs van een volledige behandeling die vier tot zes jaar duurt”, legt Hol uit.

“Ten tweede gaan we nu met de zorgverzekeraars per kwartaal kijken hoeveel patiënten er zijn en welk budget zij ter beschikking willen stellen.” Naar verwachting komt er een wachttijd van zes maanden. Dit alles zal worden gemonitord door de Nederlandse Zorgautoriteit.

Doorbraak
“Waarom dit een doorbraak is, is heel eenvoudig,” vervolgt Hol zijn verhaal. “Zorgverzekeraars zijn gewend om met ziekenhuizen financiële afspraken voor een jaar te maken. Wanneer een patiënt nu wordt toegelaten op de wachtlijst dan vergoedt de verzekering de zorg voor maximaal zes jaar. Het is nu dus een meerjarenfinanciering en juist dat is de doorbraak.”

Vóór deze overeenstemming werd jaar na jaar steeds opnieuw afgesproken hoeveel genderzorg werd vergoed. Het financiële risico lag daardoor bij het ziekenhuis dat jarenlang haar verlies accepteerde. Door de sterke toename van de patiënten was dat volgens het VUmc niet langer geoorloofd.

Niet te gehaast

Nu de wachtlijst weer is geopend staat het transgenders die in transitie willen gaan vrij zich in te schrijven. Om overhaaste beslissingen te voorkomen worden alle patiënten die zich voor 1 juli inschrijven in willekeurige volgorde behandeld. Op 1 juli wordt bekend hoe lang de wachttijd zal zijn.

Elleke Alink, directeur van Transgender Netwerk Nederland, rekent op een stuwmeer aan patiënten. Hol verwacht dit geenszins. “De genderpoli is nu ruim vijf maanden dicht geweest voor nieuwe patiënten, maar intussen zijn al heel wat patiënten die wel op de wachtlijst stonden begonnen aan hun behandeling.”

De wachtlijst is de afgelopen maanden dus geslonken. Ook is het aantal aanmeldingen in de eerste week geen stuwmeer te noemen, vindt Hol. Op de eerste dag van de ophef hebben zestig patiënten zich aangemeld, op de tweede dag waren dat er vijftien en op de derde dag nog drie.

Geen stuwmeer

“Stel dat alle 250 patiënten die zich tijdens de stop hadden willen aanmelden dat ook doen, dan nog verwacht ik geen stuwmeer”, verklaart Hol. Hij gaat uit van ongeveer zes maanden wachttijd, zoals beoogd in de overeenstemming met de verzekeraars.

Het optreden van Wouter Bos, bestuursvoorzitter van VUmc, bij het televisieprogramma Nieuwsuur heeft volgens Hol grote invloed gehad op het proces voorafgaande aan de overeenstemming. Pas toen Bos op 2 mei in de media trad, werd het de leden van bestuur van verschillende zorgverzekeraars duidelijk dat er iets moest gebeuren.

“Toen is het balletje heel snel gaan rollen. Wij gaven inzage in onze financiële kosten. We zijn niet uit op winst maar willen enkel onze kosten dekken, artsen opleiden en zoveel mogelijk patiënten helpen. Eigenlijk was het toen binnen drie weken beklonken”, legt Hol uit.

Zorginspectie kritisch

Tijdens de stop stelde de Nza een onderzoek in. Hol is blij dat de inspectie er aandacht aan gaf maar merkt ook op dat zij laat in actie kwam. “Pas ruim drie maanden na de stop op 18 december 2013, stelde minister Schippers op 25 maart een onderzoek in. Dat is vrij laat en daar heeft de minister in het debat op 26 maart ook forse kritiek op gekregen.”

In overleg met de zorgverzekeraars start VUmc een project om als expertisecentrum voor Genderzorg te fungeren, zodat de zorg beter verdeeld en beschikbaar wordt wanneer de vraag blijft stijgen. Hol: “We willen niet langer de enige aanbieder zijn, maar de expertise spreiden. We gaan graag met andere ziekenhuizen en hun specialisten in gesprek die zich ook op deze zorg willen toeleggen.”

Einde monopolie
Momenteel is VUmc niet het enige ziekenhuis dat genderzorg biedt. Zowel in het LUmc in Leiden als het UMCG in Groningen kunnen transgenders hun transitie beginnen. Hier kunnen zij echter alleen de eerste fase van medische psychologische gesprekken doorlopen. De hormoonbehandelingen en operaties in de daarop volgende fases biedt nu alleen VUmc aan.

Dat wil VUmc graag veranderen om zo te komen tot een bredere spreiding van deze zorg in Nederland. “Binnen de divisie wordt nu hard gewerkt aan een plan van aanpak om actief de kennis van die zorg te gaan delen. Het zou goed kunnen dat we dat onder meer zullen doen binnen het netwerk van de andere universitair medische centra in Nederland. Maar het zou ook heel welkom zijn als besturen van andere ziekenhuizen het uit eigen beweging zouden overwegen”, vindt Hol.